De Paljas van Thomas Mann
Een voorstudie voor Buddenbrooks
De paljas, oorspronkelijke titel Der Bajazzo, is een vroeg verhaal van Thomas Mann dat voor het eerst in 1897 is verschenen in het tijdschrift Neue Deutsche Rundschau. Mann schreef het verhaal, een kleine novelle in feite, toen hij tweeëntwintig was. Hij was het jaar daarvoor in Italië geweest waar hij met zijn vijf jaar oudere broer Heinrich een opvoering van de opera I Pagliacci van Ruggero Leoncavallo had bijgewoond die enkele jaren eerder in première was gegaan. De clown van Leoncavallo, met wie het in de opera niet goed afloopt, inspireerde Thomas Mann tot zijn Bajazzo.
In het verhaal blikt de dertigjarige ik-figuur terug op zijn leven. Als zoon van een vermogend koopman kan hij zich een zorgeloos bestaan permitteren, vol reizen, lezen en theaterbezoek. Aan dat dolce far niente komt echter een eind wanneer hij naar Duitsland terugkeert en merkt dat hij eigenlijk tot niets wezenlijks in staat is. Hij begint van zichzelf te walgen, is een paljas geworden, een belachelijk, nietswaardig figuur.
In De paljas zien we al duidelijk elementen van Mann’s eerste grote roman, Buddenbrooks. Zijn ouders, de koopman en zijn vrouw, figureren zowel in De paljas als in Buddenbrooks, terwijl de ik-figuur een voorafschaduwing van Hanno Buddenbrook is. Maar waar Hanno Buddenbrook, het alter-ego van Thomas Mann, toch nog redelijk goed terechtkomt, is de paljas tot mislukken gedoemd.
Thomas Mann, De paljas
Vertaling Frans Janssen
De paljas is verkrijgbaar als boekje (€ 12,50) of als pdf (€ 5,00). Bestellen? Neem contact op. Een voorproefje lees je hier.
ISBN 978-90-833805-1-3
