Williams

Passie voor literatuur maar geen goed boek

Stoner van John Edward Williams

'Als u een boek wilt lezen dat uw leven gaat veranderen, lees dan Stoner’, schreef Arnon Grunberg in de Volkskrant. Nou is het maar de vraag of ik mijn leven überhaupt wil veranderen – ik zeg niet dat het allemaal koek en ei is bij mij, maar je leven veranderen, dat is best heftig. Maar hoe dan ook, ik heb hem gelezen, deze grote hit van het jaar 2012 met die uitgemergelde boerenkop voorop, en ik moet zeggen: het viel niet mee.

Op zich is de thematiek best interessant. Stoner wordt geboren als een boerenzoon uit het Mid-Westen van de Verenigde Staten. We schrijven het begin van de vorige eeuw. Het leven is hard en je neemt het zoals het komt. Geen tijd voor luxe, laat staan voor intellectuele fijnzinnigheden. Maar Stoner kan goed leren en zijn ouders sturen hem uiteindelijk naar de hogere landbouwschool. Niet dat ze daar echt achter staan, maar de directeur van de middelbare school zegt het en dan zal het wel goed zijn. En zo denkt Stoner er eigenlijk zelf ook over. Het is een man met een groot flegma. Wat gebeurt, gebeurt. Het leven komt zoals het komt. Een echte boerenzoon.

Slagveld Europa

Maar natuurlijk gebeurt er iets in Columbia dat Stoners hele leven zal veranderen. Een vrouw? Nee, daar is Stoner nog niet aan toe. Een ramp dan of een oorlog? Ja, de eerste wereldoorlog staat op uitbreken, maar voor Stoner is Europa ver weg. Zijn beide studiematen gaan wel en daar komt er maar één van terug. De andere helft blijft achter op het Europese slagveld. Stoner voelt zich ergens wel schuldig dat hij niet mee is gegaan, maar ondertussen heeft hij iets anders in het leven ontdekt waarvoor het de moeite waard is om te blijven: de literatuur. Dat lijkt opmerkelijk: boerenzoon studeert aan een landbouwhogeschool en wordt aangeraakt door de literatuur. Maar zo vreemd is dat niet: op een Amerikaanse landbouwhogeschool krijgt iedereen verplicht colleges in de literatuur en Shakespeare en de zijnen raken een snaar in de jonge Stoner. Dat komt vooral door zijn literatuurdocent Sloane, een strenge man die zich in de beginjaren tot een rolmodel voor Stoner ontwikkelt en hem ook afraadt om naar Europa te gaan. Wat het precies is, wat Stoner raakt, daar komen we dan weer níet achter. We moeten het nemen zoals de schrijver het ons vertelt: Stoner wordt geraakt, en zo is het.

Een leven voor de literatuur

En zo ontwaakt zijn passie. Een wiskundige kan zich dat voorstellen. Eenmaal in de ban van de wiskunde, raak je haar nooit meer kwijt. Ook al ga je in je leven uiteindelijk iets heel anders doen, die wiskundige manier van denken, die eigenaardige kijk op de wereld, die verlaat je nooit meer. Zo vergaat het Stoner met de literatuur. Met dien verstande dat hij zijn hele leven in dienst blijft stellen van de literatuur: hij krijgt een baan als docent aan de universiteit van Missouri waar hij begon en hij komt er nooit meer weg. Een leven voor de literatuur. Maar het leven, met zijn eigen nukken, gaat door. Stoner ontmoet een vrouw, en ja, ze trouwen, en nee, het huwelijk wordt geen succes. Stoner is alleen maar bezig met de literatuur en zijn vrouw… tja, zijn vrouw. Edith. Ongelukkige jeugd, streng opgevoed, misbruikt door haar vader misschien, hoewel dat nergens expliciet wordt gezegd. En dan, hopla, zonder na te denken het huwelijk in. Geen basis voor een gezond en gelijkwaardig huwelijk. Even, als ze een dochter krijgen, lijkt het nog wat te worden – de jonge Grace en haar vader ontwikkelen een bijzondere band – maar Edith komt tussenbeide. Waarom? Je weet het niet. Misschien gewoon omdat ze een kreng is. Tenminste, dat wil de auteur, John Williams, ons doen geloven. De wereld om Stoner, zijn vrouw voorop, is de vijand, Stoner de tragische held die tegen de keer trouw blijft aan zijn passie en zo langzaam ten gronde gaat, of misschien beter, uitdooft.

Een monomane man

Een te eenvoudig schema wat mij betreft. Is er nou niks mis met Stoner? Impliciet wel natuurlijk. In zekere zin is de man met de passie gewoon een monomane man. Literatuur, iets anders bestaat niet. Maar Williams lijkt dat toch vooral positief te waarderen. Monomaan, oké, maar wel monomaan voor de literatuur en dat is toch een categorie waarvoor het waard is je rücksichtslos in te zetten. Vergelijk het met wiskunde: een man die zijn hele leven inzet voor de wiskunde, die kan eigenlijk niet slecht zijn. Toch?!

Ook op andere punten betoont Williams zich niet echt een subtiele romanschrijver. Het boek vertelt zijn verhaal, maar het blijft bij vertellen. Show, don’t tell, wil je Williams toeroepen. Dan lezen we dat Edith een ongelukkige jeugd heeft gehad, maar wat we natuurlijk willen is die ongelukkige jeugd zien, al is het maar via een of twee voor zichzelf sprekende scènes. Stoner wordt aangeraakt door de literatuur, maar welke literatuur? En wat raakt hem dan precies? Dat leent zich bij uitstek voor een paar voorbeelden zou je zeggen, maar Williams geeft ze niet.

Gebrekkige montagetechniek

En dat is het tweede grote bezwaar tegen Williams’ stijl: zijn gebrekkige montagetechniek. Hij kan niet weven. Tegen het eind van het boek – Stoner heeft dan al een heftige buitenechtelijke relatie achter de rug die hij uiteindelijk opgeeft vanwege zijn echte passie, de literatuur – beleven we de laatste, inderdaad weer tamelijk ongelukkige jaren van de hoofdpersoon. Maar oh ja, lijkt Williams dan te denken, hoe zat het ook alweer met Grace? En dat gaat van dik hout. In drie/vier pagina’s komt Grace vijfentwintig kilo aan, raakt aan de drank, valt weer af, krijgt een man, een kind, de man komt om in de oorlog en ga zo maar door. Ieder van die dingen moet toch betekenis hebben gehad voor Stoner in de verschillende fasen van zijn leven. Maar het komt er allemaal achteraan, in één stroom, alsof dat verhaal ook nog even moest worden afgewikkeld.

Kleinere punten van kritiek zijn er ook. Wat te denken van de volgende alinea: ‘Stoner keek hem verveeld onverschillig aan. Hij knikte afwezig, draaide zich om en liep de gang in. Zijn voeten voelden zwaar aan en ze sleepten over de vloer. Hij was verdoofd en voelde zich heel oud en moe.’ Verveeld onverschillig, dat lijkt me al aan de lastige kant. Je bent onverschillig of je bent het niet. Maar verveeld onverschillig en dan tegelijkertijd verdoofd en heel oud en moe, dat wil er bij mij niet in.

Nee, Stoner is een mooi verhaal, maar het is niet zo best geschreven. En daar gaat het toch om in de literatuur. Net zoals een bewijs in de wiskunde toch eigenlijk om de schoonheid en de elegantie gaat en niet om de inhoud. Of zeg ik nou iets heel raars?

John Williams, Stoner, vertaling Edzard Krol, Lebowski, 318 pp., ISBN 9789048813834

Frans Janssen

vertaler | columnist | recensent

© Copyright. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.