Musil

Een wiskundige zonder eigenschappen

Der Mann ohne Eigenschaften van Robert Musil

Het vooroordeel over Duitsers is dat ze geen gevoel voor humor hebben. Gemeten aan de populariteit van Rudi Carrell bij onze Oosterburen – nog steeds, terwijl hij toch al geruime tijd geleden is overleden – zit daar wel iets in. Maar toch. Hilarisch vind ik ze niet vaak, die Duitsers, maar geestig wel. Neem het begin van Der Mann ohne Eigenschaften van Robert Musil:

Über dem Atlantik befand sich ein Barometrisches Minimum; es wanderte ostwärts, einem über Russland lagernden Maximum zu, und verriet noch nicht die Neigung, diesem nördlich auszuweichen. [. . . ] Die Lufttemperatur stand in einem ordnungsgemässen Verhältnis zu mittleren Jahrestemperatur, zur Temperatur des kältesten wie des wärmsten Monats und zur aperiodischen monatlichen Temperaturschwankung.

En zo nog een halve pagina door, vol met meteorologische bijzonderheden. Om dan droogkomisch te eindigen met: Es war ein schöner Augusttag des Jahres 1913.

Een mooie dag in augustus

Ik vind dat grappig. Aan de ene kant die bijna wetenschappelijke beschrijving van het weer en aan de andere kant doodleuk: het was een mooie dag in augustus. Twee manieren om hetzelfde te zeggen, maar in twee verschillende taalsystemen. Twee verschillende gevoelswerelden ook die worden opgeroepen. Dat zet de toon voor het hele boek, die confrontatie tussen de exacte en de gevoelsmatige, de beleefde en de beschreven wereld. Het boek zal uiteindelijk in het Duitse origineel zo’n 1250 bladzijden beslaan en inclusief alle nooit door de schrijver geautoriseerde varianten zelfs bijna 2000. Voltooid is het niet, en voltooid kon het ook nooit worden. Daarvoor was het project – waaraan Musil met tussenpozen bijna veertig jaar heeft gewerkt – te groot en te gefragmenteerd vooral. De hele maatschappij beschrijven, inclusief al haar weirdo’s, en er ook nog eens een mooie liefdesgeschiedenis in weven, dat is gewoon aan de forse kant, zelfs voor veertig jaar. Maar de poging van Musil mag er wezen.

Een jubeljaar

Word nu niet gelijk moedeloos. Probeer eerst, al was het maar in de Nederlandse vertaling, de eerste pakweg 100 pagina’s, die – voor een Duits boek! – echt hilarisch zijn. We schrijven, zoals gezegd, augustus 1913, en bevinden ons in het Wenen van de Habsburgers. In hofkringen dringt het gerucht door dat men in Duitsland, aan het hof van keizer Wilhelm II, voorbereidingen treft voor een groot feest ter ere van diens dertigjarige keizerschap. Dat vindt pas in 1918 plaats, maar gründlich als de Duitsers zijn, kunnen ze daar natuurlijk niet vroeg genoeg mee beginnen. Lichte paniek in Wenen. Weliswaar zal de eigen keizer, Franz Joseph, in 1918 maar liefst zeventig jaar op de troon zitten en daarmee de Duitser ruimschoots zijn hielen kunnen laten zien, maar het probleem is: Wilhelms feestje vindt al in het voorjaar plaats, terwijl Franz Joseph pas in december 1848 op de troon kwam. Revolutiejaar, nietwaar. En in december 1918 zouden de Duitsers de Oostenrijkers publicitair al lang het gras voor de voeten hebben weggemaaid. Wat te doen? Verzin een list. En die list is: we maken er een heel jubeljaar van, te beginnen op 1 januari 1918. Dat men in dat jaar in Europa wel wat anders aan het hoofd had, konden ze in 1913 in de kringen rond Franz Joseph natuurlijk niet voorzien. Dat de keizer, toch geen jonkie meer, tussendoor wel eens het loodje zou kunnen leggen, ach, wie denkt daaraan. Voorbereiden mannen, aan de slag, het jubeljaar komt eraan. Geestig vind ik dat: iedereen werpt zich als een dolle op het nieuwe project, terwijl op de achtergrond Europa al bijna in brand staat. Alleen neef en troonopvolger Franz Ferdinand moest nog worden doodgeschoten.

Subcommissies

Waar komt nu onze held op de proppen, Ulrich, de man zonder eigenschappen, wiskundige, filosoof, 32 jaar, sportief, ein sich passioniert in Frage stellender Nicht-Held? Welnu, de voorbereidingen voor het jubeljaar worden in handen gegeven van een commissie onder leiding van graaf Leinsdorf en Ulrich rolt erin als secretaris. Al gauw blijkt dat één commissie alle facetten van een jubeljaar rond Franz Joseph niet kan behappen. Dus wordt voor ieder deelfacet een subcommissie ingericht, onder het motto: veelvuldig, maar wel onder één noemer. Subcommissies: wie ooit in een bureaucratische organisatie heeft gewerkt, weet dat dit heel grappig is. Onnodig te zeggen dat de subcommissies na verloop van tijd volstrekt hun eigen gang gaan en al snel met volstrekt tegengestelde plannen komen, natuurlijk wel allemaal ter meerdere eer en glorie van Franz Joseph en van Oostenrijk; één noemer tenslotte.

We staan dan pas aan het begin van het boek, maar de wereld ligt al in ontelbare stukjes uit elkaar. Zoals de echte wereld, de wereld van het oude Europa, vlak daarna zou ontploffen.

Een keuze voor niet-kiezen

Ulrich laat dit allemaal langs zich afglijden. Onze held, in die zin beantwoordend aan het cliché van de wiskundige, loopt niet zo gauw ergens warm voor. En al zeker niet voor het werk waar hij toevallig in is beland. Hij beteiligt zich wel – door zijn werk te doen – maar niet van harte, niet vanuit zijn hart. Ulrich is een man zonder eigenschappen. Maar niet karakterloos. Want zijn keuze voor niet-kiezen, voor nergens zomaar achteraanlopen, is een bewuste keuze. Ulrich is de belichaming van een beroemd citaat van Carlos Castaneda: ‘Aangezien niets belangrijker is dan iets anders, kiest deze man welke daad dan ook, en voert deze uit alsof het hem aan hart gaat.’

Kakanien

Is er dan niets waar Ulrich voor warmloopt? Jawel, uiteindelijk wel. Ver in deel II van het boek doet Agathe haar intrede, de zus van Ulrich die hij vele jaren daarvoor uit het oog had verloren. En ja, daar ontstaat – op het randje, maar nooit erover – een liefdesgeschiedenis die misschien wel de aangrijpendste in de twintigste-eeuwse literatuur genoemd mag worden. Want serieus kunnen ze zijn, die Duitsers. Maar daarvóór is de op haar laatste benen lopende Oostenrijks-Hongaarse maatschappij van de Habsburgers al aan alle kanten gefileerd. Alle figuren die je met Wenen rond de eeuwwisseling associeert, passeren de revue: representanten van de salondiplomatie en het hof, grootkapitalisten, psycho-analytici, kunstenaars, Nietzscheadepten, dromers, denkers en doeners, revolutionairen, tot ontoerekeningsvatbare lustmoordenaars toe. De kakafonie van KaKanien, Musils ironische naam voor de K(aiserliche) und K(önigliche) Oostenrijks-Hongaars dubbelmonarchie. Ook dat vind ik grappig.

En nee, Musil – geboren in Klagenfurt, Oostenrijk – was geen Duitser. Maar als student en schrijver in Berlijn en later – na 1933 – in Genève, was hij wel een van de belangrijkste Duitstalige schrijvers van de vorige eeuw. Ondanks zijn humor.

Robert Musil, De man zonder eigenschappen, vertaling Ingeborg Lesener, Meulenhoff, 1343 pp., ISBN 9789051083101

Frans Janssen

vertaler | columnist | recensent

© Copyright. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.