Ik ben Franciscus Telganger
(vrij naar de Max Havelaar)
Ik ben Franciscus Telganger, wiskundige, opgeleid aan de Universiteit van Nymegen, en ik ken alle primgetallen uitwendig. Ge zult zeggen, alle primgetallen, dat is toch wel kras?! Maar, lieve lezer, ik ben gewend de waarheid te zeggen, en zo ontkom ik er niet aan te zeggen dat ik alle primgetallen ken, uitwendig ken, meen ik. Aan de Universiteit van Nymegen - ik ben wiskundige, opgeleid aan de Universiteit van Nymegen – hebben wy geleerd den wiskunde te gebruiken voor het nut van ’t algemeen. En zeg nu zelve: wat is er nuttiger dan de kennis der primgetallen, voorzeker wanneer men deze kennis kan gebruiken by de verdeling der goederen? Men neme bijvoorbeeld vyftien appels – of het nu zyn reinetten of gouden liesjes of Cox-en, dat is om het even – en men gaat ze verdelen over uw drie kinderen. Ge ziet, lieve lezer, dat ik ervan uitga dat ge drie kinderen hebt, en vyftien appels. Maar waarom zult ge er meer hebben, kinderen meen ik? Twee jongens en één meisje, dat is toch allercharmantst. Zo kunt ge uw appels eenvoudig verdelen, want ieder van uw kinderen krijgt er vyf – zyn het nu reinetten of Cox-en of van een andere soort, om het even welke. Zo ziet ge het nut van de primgetallen en zo ziet ge ook dat ge wel zyt bedeeld met uw drie kinderen, want waren het er vier geweest, ge had uw appels niet recht kunnen verdelen.
Maar, zult ge misschien tegenwerpen, daarvoor behoeft men toch niet alle primgetallen te kennen? En is het wel mogelijk om ze allemaal te kennen, want zyn er niet oneindig vele van?
Leugens! Verzinselen! Godslasterlyke verzinselen nevendien. Het begint al by de Griek Euclides die zei: geef my alle primgetallen die ge kent, en ik maak u een nieuw primgetal dat ge nog niet kent. Waarmede hy dacht aan te tonen dat er oneindig vele van waren. Aan sommige universiteiten – ge hoeft de naam van deze instituties niet te kennen, lieve lezer – wordt deze dwaalleer nog steeds onderwezen. Maar aan de Universiteit van Nymegen – ik ben daar opgeleid, als wiskundige – volgt men de Schrift. En de Schrift kent geen getallen die groter zijn dan één miljoen, zynde het aantal zilverlingen dat David klaarlegt voor de bouw van de tempel van Salomon. Er zyn zo dan geen getallen die groter zyn dan één miljoen, en zyn ze er wel, dan heeft men er geen nut aan. Want wat heeft men voor nut aan één miljoen en één zilverlingen? Zelfs Judas had daar meer dan dertigduizend keer de Heer mee kunnen verloochenen, waar toch één keer al heeft volstaan om de profetieën te doen uitkomen. Waarmede ook duidelyk is gemaakt, dat er geen primgetallen zyn groter dan één miljoen. Dat is de waarheid, zoals my onderwezen, my, Franciscus Telganger, opgeleid aan de Universiteit van Nymegen. Waarheid, zeg ik, en gezond verstand. En hier blyf ik by.