Mulisch

In de val

(vrij naar Het stenen bruidsbed)

Zorgvuldig stofte ze de boeken af. De plumeau streek langs de in leer gebonden banden, de vingertoppen van een kardinaal die de slapen van zijn favoriete jongeling zalft. Het licht viel schuin door het glas-in-loodraam boven de tuindeur, stofdeeltjes dansten in rood en geel.

Borges, Borges. Nog meer Borges. Cortázar. Brief aan een meisje in Parijs. Ze pakte het boek uit de rij en sloeg het open bij het titelverhaal. Konijntjes braken? Don Antonio had wel een hele vreemde voorliefde voor knaagdieren. Het deed haar denken aan die keer dat ze met de hele familie het riool hadden bezocht. Het riool, had Doña Maria gevraagd, por que? Don Antonio was met een betoog gekomen over de wereld en de bovenwereld en de onderwereld en hoe die met elkaar samenhingen en het wezen van de rat in relatie tot het onderbewuste van de mens en Doña Maria had zich uiteindelijk gewonnen gegeven. Krioelend schoten ze weg daar in de onderwereld, naar links, naar rechts, over de voeten, in de broekspijpen - tenminste zo voelde het. Achteraf had hij haar nog moeten uitleggen wat dat was, een rattenkoning. Doña Maria moest er nog steeds bijna van overgeven.

Anno 1284 am dage Johannis et Pauli

Dorch einen piper mit allerlei farve bekledet

gewesen CXXX kinder verledet binnen Hamelen geboren

to calvarie bi den koppen verloren

De plumeau bleef rusten op de familiefoto. Daar stonden ze, breed lachend, Don Antonio, Doña Maria en de kinderen. Geen honderddertig, God nee, vijf, maar dat was al meer dan haar ooit ten deel zou vallen. Ze moest dit gezin ten gronde richten. Vernietigen. Vermorzelen. Verpletteren, wurgen, wegvagen. Boeten zou hij ervoor, Don Antonio, dat hij haar na die eerste nacht had laten zitten. Ze haalde de foto uit de lijst en pakte de naald uit haar schort. Genadeloos prikte ze in het karton, eerst Julio, toen Inez, toen de tweeling. Bij Antonio junior bleef haar hand steken. Zes jaar was hij nog maar, met zijn blonde krullen en die onschuldige, haast blauwe ogen. Ze hernam zich en mikte twee keer, heel precies. Even keek ze naar het resultaat, als om zich ervan te vergewissen dat ze niemand had vergeten. Toen legde ze de foto omgekeerd op de vloer en wreef er met haar rechtervoet overheen alsof ze een sigaret uitdrukte.

De flierende fluiter trok fluitend door de stad.

De kinderen zwierden achter hem aan, dansen, zingend, lachend, een slinger van serpentijn.

Een ijselijke kreet schalde door klaslokaal IX-B van het Simon Bolívar. Een tweede schreeuw, een echo leek het wel, in het lokaal daarnaast. Deuren vlogen open, leerlingen stormden naar buiten. Verwilderde blikken vergeefs op zoek naar hulp. Eén verdieping hoger het geluid van omvallende stoelen. De leraar keek verbijsterd naar de tweeling die als door één slag getroffen kermend van pijn over de grond rolde. Op het speelterrein buiten zocht een kleine jongen met blonde lokken. vertwijfeld zijn bal.

Leeg was de stad van de ratten, leeg van de kinderen. De flierend-fluitende flierefluiter lachte zijn tanden bloot.

Frans Janssen

vertaler | columnist | recensent

© Copyright. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.