Krol

Een wiskundige huilt niet

Een Fries huilt niet van Gerrit Krol

Er was een tijd dat ik dacht dat ik alles van Gerrit Krol moest lezen. Dat moet in het begin van de jaren tachtig zijn geweest, vlak nadat Krols roman Een Fries huilt niet uitkwam. Dat was wat, een boek van een heuse wiskundige over een gevoelige, Homerus lezende gymnasiast die naar de HTS gaat en daar gefascineerd raakt door de natuurwetenschappen. In mijn herinnering had Krols roman haast mythische proporties aangenomen. Hoofdpersoon Robert Roffel vormde voor mij de vleesgeworden literaire brug tussen alfa en bèta. Als er al een brug tussen alfa en bèta nodig was – want eigenlijk heb ik die scheiding der geesten altijd een beetje onzin gevonden. Hoe dan ook, in mijn herinnering is Robert Roffel, en via hem zijn geestelijke vader Krol, de persoon die de kloof heeft overbrugd. Ik pak het boek uit de kast. ‘Zijn kennis van de exacte wetenschappen zal een geïntegreerd deel van zijn persoonlijkheid uitmaken,’ meldt de flaptekst uit 1980, en nog steeds vind ik dat uitnodigend. Eens kijken wat er bij herlezing van overblijft.

Tekstflarden

Dat valt tegen. Roman? Tekstflarden! Roman? Honderddertig pagina's! En dan vallen, in het begin, vooral de flauwigheden op. Hoofdpersoon Robert Roffel; signeert zijn liefdesbrieven met het Rolls Royce teken. De knappe vriendin op het gymnasium aan wie de brieven zijn gericht: Agnes Schönfeld. Zijn latere vrouw die – in tegenstelling tot de wat in zichzelf gekeerde hoofdpersoon – vooral moeite doet om bij de medemens in de smaak te vallen? Yvonne Witvoet. Geen grootse vondsten.

En waar is de wiskunde in dit boek? Ik herinner me tekstflarden vol met rake wiskundige observaties, speelse gedachten, treffende analogieën. Ik zoek ze, ik scan het boek op passages waar ik een formule of iets van een formele redenering in kan ontdekken, maar niets van dat alles. De exacte wetenschappen die een geïntegreerd deel van de persoonlijkheid van Robert Roffel uitmaken? Af en toe een vergelijking met een elektrische schakeling kom ik tegen, soms een magere verwijzing naar de informatica, hier en daar wat Newton en Einstein. Maar wezenlijke inzichten levert het niet op. Hoe kan ik me zo vergist hebben?

Geen vrouw maar een vuurtoren

Herlezen. Echt herlezen, dus ook geduld hebben. Aandacht. Niet denken dat je er even snel doorheen kunt razen. Het is geen krant, het is literatuur. Literatuur leest langzaam. Langzaam lezen. En langzaam lezend begint het weer te komen. Niet zozeer die vermaledijde brug tussen de alfa's en de bèta's – die toch nergens goed voor is. Maar gewoon fraaie beschrijvingen die Robert Roffel inderdaad neerzetten als een man die de wereld toch vooral door een technische bril bekijkt. Lees hoe hij Yvonne ziet wanneer ze de ene na de andere man binnenhaalt en dan weer de deur wijst: ‘Geen vrouw doch een vuurtoren.’ En eerder, wanneer ze over de Coolsingel lopen –  als het nog goed gaat tussen de twee – over de borsten van Yvonne: ‘Onze overhemden wapperden en van Yvonne, die grote, sterke borsten had, trilde het horizontale textiel als een snaar.’ Spannend vind ik dat.

Zo is dit boek een mooie, kleine roman vol met mooie, kleine observaties. Vol met mooie korte zinnen ook, iets waar je toch de hand van de wiskundige aan herkent. Het is zeker niet het boek dat in mijn herinnering gegrift stond: hét boek dat alle alfa's met een fascinatie voor bèta of alle bèta's met een fascinatie voor alfa moeten lezen. Maar een traan zal ik dáár niet om laten. Immers, een wiskundige huilt niet.

Gerrit Krol, Een Fries huilt niet, Singel, 130 pp., ISBN 9789021495729

Frans Janssen

vertaler | columnist | recensent

© Copyright. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.