Frederik II: Messias of Antichrist?
Keizer Frederik II van Hohenstaufen, wie kent hem niet? Vrijwel niemand, vermoed ik. Keizer Frederik, Duitsland, Middeleeuwen, dat was toch die Barbarossa, die man met die enorme rode baard, die ergens op een of andere kruistocht in Turkije is overleden? Nee, dat was zijn grootvader. Jeruzalem heeft hij nooit bereikt. Hij overleed nadat hij van zijn paard was gevallen toen hij de rivier de Selef in Zuidoost-Anatolië wilde oversteken, op 10 juni 1190. Wat kruistochten aangaat zou zijn kleinzoon het er beter vanaf brengen, zoals we nog zullen zien.
Weten we van Frederik Barbarossa dus nog wel het een en ander, over Frederik II is veel minder bekend. Zo weten we niet eens waar en wanneer hij is geboren. ‘Jesi, 26 december 1194’, geeft Wikipedia, en inderdaad, dat is de officiële lezing. Jesi, een provincieplaatsje in de buurt van Ancona, midden-Italië. Tegenwoordig alleen nog bekend van de Verdicchio dei Castelli di Jesi. Wijn. Verder niets. Behalve, voor de kenners, een ongeveer vier meter hoog bronzen standbeeld van Frederik II, de grootste zoon van Jesi. Toch?!
Bevalling in een tent
Nou, dat staat nog te bezien. Volgens de legende is hij daar inderdaad geboren, op die Tweede Kerstdag in 1194. En niet zomaar in een huis of een paleis of een kasteel, maar midden op het centrale plein van de stad, in een speciaal voor de bevalling opgezette tent, met de hele plaatselijke bevolking als getuige. Kijk, mensen, hier komt de nieuwe keizer ter wereld, aanschouw zijn geboorte, zie het kind dat – in due course – zal uitgroeien tot de nieuwe heerser over de hele christelijke wereld!
Vanwaar dat spektakel? Daar komt de politiek om de hoek kijken en de propaganda. Wat was het geval? De vader van Frederik, Hendrik VI, de zoon dus van Barbarossa en op dat moment keizer van het Heilig Roomse Rijk, was kort daarvoor in het huwelijk getreden met Constance, dochter van de koning van Sicilië. Gevolg van dat politieke huwelijk was dat Hendrik VI koning van Sicilië zou worden op het moment dat de vader van Constance zou komen te overlijden. Waarmee hij dus tegelijk keizer van het Heilig Roomse Rijk en koning van Sicilië zou zijn. Met daartussenin de Pauselijke Staat, die op dat moment zo’n beetje heel midden-Italië besloeg. Die innige omstrengeling – Duitsland tot en met de Povlakte in het noorden en Sicilië in het zuiden – voelde niet fijn voor de paus die het toch al niet zo op had met de Roomse keizers. Hét conflict in die tijd was namelijk de investituurstrijd, de strijd tussen paus en keizer over wie het recht had om bisschoppen te benoemen. Ik, vond de paus, ik ben immers de plaatsvervanger van God op aarde. Ho ho, dacht de keizer, ik heb een rechtstreeks mandaat van God, dus in mijn rijk bepaal ik wie de bisschoppen mag benoemen. Het conflict staat bekend als de Welfen, de pausgezinden, tegen de Ghibellijnen, die op de hand van de keizer waren.
Ondergeschoven kindje
Om te voorkomen dat de omstrengeling vanuit het noorden en het zuiden daadwerkelijk een feit werd, bedachten de pausgezinden een truc. Ze begonnen twijfel te zaaien. Is die zoon van Constance eigenlijk wel de zoon van Hendrik VI? Sterker nog: is er eigenlijk wel iemand geboren daar in Jesi? Kón Constance nog wel een kind baren, want hoe oud is die vrouw eigenlijk? Sommige pausgezinde kroniekschrijvers beweerden dat ze ruim in de veertig was, één schrijver hield het zelfs op 62. Met andere woorden, dat kind daar op het plein van Jesi was waarschijnlijk een ondergeschoven kindje en zou dus nooit de rechtmatige koning van Sicilië kunnen worden. De Ghibellijnen riposteerden met de bevalling ten overstaan van de voltallige bevolking van Jesi. Hoezo ondergeschoven, jullie hebben het toch allemaal met je eigen ogen kunnen zien? Propaganda, twijfel zaaien, complottheorieën, het is van alle tijden.
Is zijn geboorte dus in nevelen gehuld, van sommige feiten uit zijn leven weten we verrassend veel. Maar ook daar moeten we steeds de propagandamachines van de Welfen en de Ghibellijnen in het achterhoofd houden. Om een voorbeeld te noemen: Frederik II werd tijdens zijn leven door menig kroniekschrijver aangeduid als Stupor Mundi, de man die de wereld versteld doet staan. Dat lijkt een niet mis te verstaan compliment. Maar in de ogen van de Welfen moet je dat lezen als: de man die de christelijke ordening, de ordening van de paus, op zijn kop heeft gezet. Stupor Mundi betekent voor hen eigenlijk: aanstichter van de chaos. In kronieken wordt hij door de ene partij steevast aangeduid als Messias en door de ander als Antichrist. Een beetje zoals je tegenwoordig Michael Gorbatsjov kunt zien: voor het Westen een bevrijder, voor veel Russen de verkwanselaar van het vaderland.
Kruistocht
Zo kun je ook Frederiks kruistocht naar het Heilig Land op twee manieren interpreteren. Na lang aandringen van de paus – verschillende achtereenvolgende pausen, om precies te zijn – trok hij in 1229 eindelijk richting Jeruzalem, maar in plaats van de ongelovigen het land uit te jagen sloot hij zonder dat er wapens aan te pas waren gekomen een overeenkomst met Al-Kami, de zittende sultan van Egypte. Inhoud van de overeenkomst: Jeruzalem en een strook langs de Palestijnse kust zouden vrij toegankelijk worden voor de christenen terwijl de moslims hun bezittingen konden behouden. Kom daar nu nog eens om, om zo’n deal, zou je zeggen, maar de toenmalige paus, Gregorius IX, schijnt het document op de grond te hebben gegooid en erop te hebben gespuugd.
Het moge inmiddels duidelijk zijn: in de propagandastrijd van de Welfen tegen de Ghibellijnen aan het begin van de dertiende eeuw spreken alle bronnen elkaar tegen. Hoe schrijf je, met die wetenschap, een biografie? Nou, om eerlijk te zijn, dat doet Huub Kurstjens ook niet. Zijn Keizer Frederik II, de man, de mythe, de legende dat onlangs bij uitgeverij Aspekt is uitgekomen, concentreert zich minder op de man zelf dan op de mythen en legenden die in de loop der eeuwen rond de keizer zijn ontstaan. En dat zijn er nogal wat. Een voorbeeld, het opkomend Duits nationalisme in de tweede helft van de negentiende eeuw. Duitsland, tot diep in de negentiende eeuw een lappendeken van allerlei verschillende staatjes, had na Bismarck en de overwinning in de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 een aantal markante symbolen nodig om de gewenste nationale eenheid te kunnen uitstralen. Zo zien we in het Teutoburgerwoud het Hermannsdenkmal verschijnen, refererend aan de glorieuze overwinning van Hermann (Latijn: Arminius) op de Romeinse legioenen onder leiding van Varus. Op de samenvloeiing van de Moezel en de Rijn komt een gigantisch standbeeld van keizer Wilhelm I te staan. En in Leipzig wordt het Volkerslachtdenkmal opgericht, we hebben immers al eens eerder van de Fransen gewonnen, denk Napoleon, denk 1813. Maar de klap op de vuurpijl vormt het Kyffhäuser monument in de Harz. Het is misschien niet zo bekend, want tot 1989 lag het in de DDR, maar het is zeker zo imposant als die andere drie. In het Kyffhäuser monument wordt de verbinding gelegd tussen het tweede Duitse keizerrijk van Wilhelm I en zijn illustere voorganger, het Heilig Roomse Rijk van Frederik II. Maar dan, ironie – Kurstjens laat het fijntjes zien – zijn er opeens Duitse historici die wijzen op Jesi. De man komt uit Jesi! Hoezo Duits keizer? Hij is in Italië geboren en had bovendien voornamelijk oog voor Sicilië. Die kunnen we dus niet gebruiken als nationaal Duits symbool. Met als gevolg dat de oorspronkelijke plannen voor Kyffhäuser, inclusief een groot beeld van Frederik II, worden bijgesteld, en de kleinzoon wordt vervangen door zijn op een troon onderuitgezakte grootvader met diens enorme rode baard. En daarboven Wilhelm I, triomfantelijk paraderend op zijn paard.
Zoals het Tweede Duitse Rijk leunt op de mythen van het Eerste Rijk, zo grijpen ook de nationaalsocialisten van het Derde Rijk graag terug op de Middeleeuwen van Frederik I en Frederik II. De aanval van het Duitse leger op de Sovjet-Unie in 1941 heet niet voor niets Operatie Barbarossa. En één van de pantserdivisies die in 1944 de slag rond Market Garden in Duits voordeel beslisten, was vernoemd naar Frederik II: de 9. SS.Panzer-Division Hohenstaufen.
Castel del Monte
Waarmee we in Arnhem zijn aanbeland, en dus vlak voor de deur van Nijmegen. Grappig, de vader van Frederik II, Hendrik VI, is in Nijmegen geboren, in de Valkhofburcht die vlak daarvoor onder Barbarossa was voltooid. Als Nijmegenaar die meer dan twintig jaar als docent geschiedenis in het voortgezet onderwijs heeft gewerkt, weet Kurstjens dat natuurlijk. Eén hoofdstuk van zijn boek is gewijd aan de verhalen rond het Valkhof. In het volgende hoofdstuk trekt hij naar Jesi, om daarna al die symbolische plekken van de Duitse eenwording te bezoeken. Helemaal jaloersmakend wordt het wanneer hij diep in Apulië het Castel del Monte bezoekt, een door Frederik II vervaardigd strikt symmetrisch achthoekig gebouw waarover in de loop der eeuwen allerlei verhalen de ronde hebben gedaan. Waarom heb ik dat gemist, dat gebouw, vorig jaar, op onze fietstocht van Bologna naar de hak van Italië? Met Kurstjens in mijn stuurtas was het ongetwijfeld een feest geworden.
Kurstjens’ hoofdstuk over Castel del Monte richt zich op de functie van dat vreemde achthoekige object waarover van alles is gefantaseerd. Wat was het: een kasteel, een kosmisch observatorium, een hamam misschien, een jachtslot? Alle mogelijke functies zijn geopperd, het zou zelfs de plek zijn geweest waar de ridders van de Orde van de Tempeliers hun initiatierite moesten ondergaan of een in steen gehouwen mandala. Kurstjens houdt het simpel. Weg met alle speculaties, de bronnen suggereren niet meer dan een kasteel met een militaire functie en misschien nog iets van een jachtslot, dus dat zal het dan ook wel zijn geweest. Het is typisch voor de werkwijze van Kurstjens: eerst alle mogelijke theorieën opsommen en ze vervolgens één voor één afstrepen.
Zo reis je in zijn boek langs diverse lieux de mémoire, die steeds systematisch van hun mythische schillen worden ontdaan. Niks mis met mythes, zegt Kurstjens, sterker nog, ze kunnen belangrijke functies vervullen. Maar ze moeten wel ergens op zijn gebaseerd. En vooral: pas op voor misbruik, dat is zijn eigenlijke boodschap. Een boodschap die helder en goed gedocumenteerd wordt verwoord en je tegelijkertijd langs sommige minder bekende maar heel interessante plekken van de Europese geschiedenis voert. Ik denk dat ik volgend jaar de fiets weer pak. Op naar Jesi, op naar Castel del Monte!
Huub Kurstjens, Keizer Frederik II (1194-1250), de man, de mythe, de legende, Uitgeverij Aspekt, ISBN 9789464874679