Claus

De duivels

(vrij naar Het verdriet van België)

Louis wilde net naar zijn kamer gaan toen Nonkel Florent binnenkwam. ‘Kom hier dat ik uw kloten kus,’ schalde zijn stem door de kamer. Tante Violet keek Meerke schuin aan. Nonkel Armand draaide zich om in zijn rotanstoel, zijn rechtervoet zocht zijn linker, grommend krabde hij zich achter zijn oor. Meerke stond op en liep naar de keuken. ‘Armand heeft zich net te goed gedaan en Violet heeft haar vier partjes ook al gehad, maar ik geloof dat er nog wel een of twee koteletjes voor u overschieten.’

‘De selectie van de Duivels voor Frankrijk,’ riep Nonkel Florent, ‘op alfabet, als ge kunt, met hunne verenigingen daarbij.’

‘Alfons de Winter, Beerschot, Arthur Ceuleers, Beerschot, Bernard Voorhoof, Lierse,’ begon Louis enthousiast.

‘Op achternaam,’ onderbrak Nonkel Florent, ‘anders kunt ge mij m’n kloten kussen. Wie zet ze nu op voornaam? En waar is Arnold Badjou nondedjoe?’

Arnold Badjou, dat was toch ‘ne Franskiljon, die gaat ge toch niet inzetten tegen de Fransoos? Of zou die bondscoach met zijn Engelse achternaam een dubbelspel spelen? Papa moest er ook niets van hebben. ‘Jack Butler, dat is geen dienaar van ons volk,’ had hij afgelopen zondag nog in café Groeninghe geroepen. ‘Die verkoopt onze Vlaamse ziel toch gewoon aan de Fransoos.’

 ‘Awel, weet ge niet meer? Ge weet toch altijd alles.’

Nonkel Florent liet zich grijnzend in de stoel naast Nonkel Armand glijden. Die draaide zich nog maar eens een keer op zijn andere zij. Het rotan kraakte vervaarlijk. Uit de keuken klonk de stem van Meerke. Ze riep dat het zou nog heel efkes duren, dat de koteletjes zouden nog een keer aangebakken moeten worden.

Miezers! Hottentotten! Ik ga me toch niet laten overtroeven door die’ne tweederangs doelman van Walle die er vorige week nog twee tussen zijn benen had laten glippen. Tegen Brussel nog wel, met die Franskiljon in de spits.

Louis begon opnieuw. ‘John van Alphen, Beerschot, Arnold Badjou,’  – ja, die kon hij nu niet meer weglaten – ‘Arnold Badjou, Brussel, Robert Braet, Brugge, Raymond Braine. …’

‘Laat maar, ge kent uw dossier wel. Grondig, als ge het mij vraagt. Maar waarom hebben ze op doel gekozen voor André Vandeweyer klerelijer? Legt gij dat mij nog eens uit, als ge toch alles weet.’

Hottentot! Had hij gedacht dat ze hém, Florent, zouden selecteren soms? Moest hij hem de waarheid zeggen of zou een kleine leugen geoorloofd zijn? Wat zou Jan Berchmans hebben gedaan? Een leugentje om bestwil? ‘Het is misschien die’ne Engelsman. Dat hij niet alle sterkste spelers heeft gevraagd, omdat hij niet wilde dat wij de Fransoos zouden verslaan.’

Nonkel Florent zakte tevreden naar achteren. De Hottentot! Hij trapt erin!

Meerke kwam met een bord dampende koteletjes binnen. ‘Hier, smaakt er goed van, Florent, ge hebt dat wel verdiend.’

Nonkel Armand snoof even. Toen draaide hij zich op zijn andere zij.

Frans Janssen

vertaler | columnist | recensent

© Copyright. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.