Een wiskundige met een Oedipuscomplex
Bonita Avenue van Peter Buwalda
Het boek is onder wiskundigen vooral bekend geworden door die hele leuke som die erin staat: ADA/KOK = ,SNELSNELSNEL…. En door de hoofdpersoon natuurlijk, Siem Sigerius, geniaal wiskundige van Nederlandse bodem die – als we hem aan het begin van de roman leren kennen – al rector magnificus van de Tubantia Universiteit is en het verderop in het boek zelfs schopt tot minister van onderwijs in het tweede kabinet-Kok. Voormalig judoka bovendien, die in zijn jongensjaren nog een tijdje in de Nederlandse jeugdploeg heeft verkeerd. Nee, Peter Buwalda heeft in zijn Bonita Avenue geen wiskundige neergezet die past op het cliché van de wereldvreemde kamergeleerde dat ons mathematici nogal eens aankleeft. Siem Sigerius is een man van vlees en bloed, een man overigens met wie het knap slecht afloopt. Maar daarvoor is het dan ook een roman. Buwalda trekt alle registers van het genre open en presenteert ons een klassiek Grieks drama in de moderne tijd: een wiskundige die ten onder gaat aan zijn omgekeerde Oedipuscomplex.
Selfmade man
Wat zijn de ingrediënten die leiden tot de ondergang van onze mathematische hoofdpersoon? Siem Sigerius zelf is, wat je zou kunnen noemen, het prototype van een selfmade man. Lagere school, mulo, vader die het judo verbiedt, zoon die tegen de keer toch de mat op gaat. Zich al vechtend opwerkt tot een van Nederlands grootste talenten. Vijf keer in de week op de fiets van Delft naar Utrecht om te trainen in de sportschool van Anton Geesink, daar word je man van. Ook zijn tweede carrière is niet voor de poes. Nadat een ongeluk hem met een aantal gebroken ledematen heeft opgezadeld – judo op topniveau kan Siem wel vergeten – ontdekt hij de wiskunde. De benedenbuurvrouw helpt hem de tijd te doden met een paar oude jaargangen van Pythagoras, het wiskundetijdschrift voor scholieren, en plots wordt Siem gegrepen. ADA/KOK is een van de simpeler opgaven die hij kraakt. Een natuurtalent dat dan ook in sneltreinvaart de top van de Nederlandse wiskunde bereikt. Ondertussen neemt hij ook nog de benedenbuurvrouw tot zich – met twee beeldschone stiefdochters als bonus – en zadelt hij zijn ex-vrouw op met zijn eigen zoon die toch niet wilde deugen. Kortom, Siem Sigerius heeft het helemaal gemaakt als hij zich in de jaren negentig met zijn nieuw verworven gezin vestigt op Bonita Avenue in Los Angeles: modelgezin, toponderzoeker, Amerikaanse topuniversiteit, what could possibly go wrong?
Vuurwerkramp
Alles, is het antwoord van Buwalda. Opeens duikt het verleden terug op Siem Sigerius, opeens raakt hij de controle kwijt, verliest hij de grip op zijn leven. Stiefdochter Joni, de oogappel, geeft zij zichzelf bloot op Internet? Joni’s vriend Aaron – judovriend van Siem bovendien – is hij dan degene die die foto’s van Joni maakt? Maar is het Joni wel, daar op die sites? Twijfel. Twijfel aan Joni, twijfel aan Aaron, twijfel aan zichzelf vooral. Want waarom kijkt hij eigenlijk, waarom wil hij dit weten? Wie is hier nu eigenlijk de voyeur? En dan, tot overmaat van ramp, komt bloedeigen zoon Wilbert ook nog eens op de proppen, als een soort satanisch geweten, to haunt him from the past. Een licht ontvlambare cocktail die dan ook knallend uit elkaar vliegt precies op het moment dat Enschede letterlijk wordt opgeblazen door de vuurwerkramp in de wijk Roombeek.
Toeval? Over de top? Niet als je een goed schrijver bent, als je de lezer weet mee te nemen in de ontwikkeling van je hoofdpersonen. En dat kan Buwalda. Siem Sigerius, Joni, Aaron, Wilbert, gek zijn ze, allemaal, of in ieder geval lichtelijk gestoord. Maar geloofwaardig gek, of geloofwaardig gestoord. En als de boel dan uit elkaar klapt, als al die lijnen dan bij elkaar komen in een onontkoombare, zorgvuldig door de schrijver voorbereide climax, als het drama zich dan inderdaad voltrekt zoals je eigenlijk al vanaf het begin weet dat het zich zal voltrekken, als Siem Sigerius zich uiteindelijk ontpopt tot een omgekeerde Oedipus die niet zijn vader maar zijn zoon … en niet zijn moeder maar zijn dochter …. dan zeg je: knap gedaan, Buwalda, prima geconstrueerd, mooi lijnenspel. En ook nog eens lekker opgeschreven ook. En als je met die dramatische geschiedenis ook nog eens een tijdsbeeld van Nederland, of misschien wel van de hele Westerse wereld, uit het begin van de eenentwintigste eeuw meekrijgt – Buwalda weet onze decadente Zeitgeist aardig op de staart te trappen – dan zeg je: toproman, AKO-waardig.
Corpsballen
Waarom zeg ik dat dan niet? Is er dan niets mis met deze roman van ruim vijfhonderd pagina’s? Jawel. Kort door de bocht: te veel bijvoeglijke naamwoorden. Buwalda is goed, heel goed, in zijn hoofdfiguren. Maar de bijfiguren – en dat zijn er nogal wat – hangen er letterlijk nogal bij. Een lover van Joni, een consultant bij McKinsey: prototype van een consultant. Beetje dik, ironisch, golfend, bretels. De uitbater van een pornofilmstudio in Los Angeles: doorgeschoten flower power. Corpsballen die de diepongelukkige Aaron – Joni is er net vandoor - van zijn fiets trekken? Tja, corpsballen dus. En zo gaat het soms ook in de beschrijvingen. Wanneer diezelfde Aaron dagenlang niet meer uit zijn kamer komt, gaat het over zijn geelbepieste wasbak. Waarom staat dat bijvoeglijk naamwoord erbij? We weten heus wel dat Aaron …
Afijn. Ook het slot is niet zo fijngevoelig beschreven. Maar de lezer moet dat toch maar zelf gaan beoordelen. Voor die tijd heb je toch zeker driekwart van de vijfhonderd pagina’s plezier.
Het beroemde probleem uit Bonita Avenue: ADA/KOK = ,SNELSNELSNEL….
Iedere letter staat voor een cijfer, gelijke letters zijn gelijke cijfers, ongelijke letters zijn ongelijke cijfers. ’t Is een beetje puzzelwerk, maar het is te kraken. En wat nog leuker is: er zijn zelfs twee oplossingen!
Peter Buwalda, Bonita Avenue, De Bezige Bij, 544 pp., ISBN 9789023475705